Die kleine IK

En dan komen de grote vragen van de kleine mensjes!
Zelf heb ik er 2, een jongen en een meisje en zoals het cliche het wil zijn ze totaal verschillend. Terwijl de een heel voorzichtig is in alles wat hij doet en veel nood heeft aan rust en regelmaat is de ander een wildebras die kan genieten van een luilekker momentje en 5 minuten later een kopstand in de zetel maakt.

Al vanaf het begin waren mijn man en ik het eens over hoe we de kids willen laten kennis maken met de wereld. Al van in het begin was het ook duidelijk dat ze qua gevoeligheid niet moeten onder doen voor hun mama.
HSP? tja van eentje is het al bevestigd, van de ander zou niemand er van schrikken.
Maar hoe doe je dat? De wereld tonen aan een kind zoals hij is? De nuchtere, rationele blik van hun papa is de ideale aanvulling voor de dromerige, emotionele kant van mezelf. En ja, ik weet dat het hier waarschijnlijk veel mooier klinkt dan het in werkelijkheid is.
Onze hoofden zitten dan ook niet altijd tegelijk vol maar het woordje “Alarm” is goed gekend. Wie het zegt, wil heel even rust. Eenvoudig, duidelijk en makkelijk te onthouden en meestal werkt het, met de nadruk op meestal 😉

(Elkaars) stemmingen aanvoelen is dan soms wel ‘handig’, de neiging om het soms over te nemen is alles behalve makkelijk als je weet dat je je bewust moet blijven van wat nu jou emotie is en wat niet.
Een dagdagelijks leerproces wat mij betreft en hoewel ik natuurlijk wel het verschil ken tussen een kinderlijke emotie en een volwassen emotie kan ik niet anders dan toegeven dat het een zalig gevoel is om je als volwassenen even kinderlijk klein te maken, mee te denken op hun tempo, mee te zweven in hun dromen en al zingend te beschrijven hoe mooi het leven wel kan zijn.
My inner child, het is nooit echt weggegaan bij me. Het is het laatste wat wegging in de donkere maanden, had zich diep in me verstopt, angstig voor de razene snelheid waar het me steeds meer in zag verdwijnen. Af en toe stak het zijn hand nog naar me uit, greep het heel hard vast en probeerde me weg te trekken uit de donkere waas waarin ik werd mee gezogen. Tot ik, de grote stoere ik, angstig rond me keek. Zoekend naar de kleine IK, angstig dat ik het niet meer zou vinden, verloren omdat ik zonder mijn kleine IK die 2 kleine mensjes niet meer kan tonen hoe mooi het kan zijn, de wereld, het leven…

Het is het eerste wat terug was, na het instorten werd het aangewakkerd om tevoorschijn te komen. Alsof de ogen van mijn kids, stilletjes vroegen of het nog wou spelen met hen. Of het mama terug kon laten zingen en dansen samen met hen, al walsend door het huis. Of het terug die gekke bekken kon toveren op dat grote mensen gezicht en samen grappen maken tot we neervallen van het lachen. Maar ook of het mama kan laten vertellen over hoe die ‘grote’ mensenwereld er uitziet in een taal die ze begrijpen. Op kinderformaat dus, we deden het altijd al zo. De leuke dingen, de lelijke dingen, niet verbergen maar hen bewust laten worden dat het niet altijd die rooskleurige wereld is die ze in hun dromen zien. Dat ookal zingen we soms op musicalachtige wijze over ‘a few of my favorite things’ er ook minder favoriete kantjes zijn. Geen onderwerp gaan we uit de weg, wereldnieuws of niet…de grote lijnen en scherpe kantjes van het leven verstoppen we niet.

En dus komen ook nu vragen. Wanneer ik even mijn notitieboekje neem en een ideetje wil neerpennen voor ‘project ik’ voel ik 2 fonkelende oogjes langs de zijkant van mijn arm meegluren. Met een betrappende lach kijk ik ze recht aan. ” Wat doe je?” vraagt hij met een al even nieuwsgierig als ondeugend toontje.
Nog voor ik kan antwoorden, zie ik dat aan de andere zijde van de tafel enkele minivingertjes met glitternagellak het boekje naar haar toe draait en klinkt het luidop
“Pro-ject-IK”

Wat HSP is weten ze al lang, een tijdje geleden legden we hen ook al uit wat burn-out betekent. Wonderbaarlijk hoe snel je dat kan uitleggen als je een elastiekje gebruikt en tot 10 telt terwijl je het meer en meer onder spanning zet.
“Stoooooooop!!! Zo maak je de elastiek kapot” en dan zie je de begrijpende blik en hoor je hen denken van “Oooooow, dat is het dus…” ze leggen vlugger de link dan je zou denken. Ze leren op die manier van ons maar als ze even later terug opgaan in hun spel bedenk ik me dat het omgekeerd net ook zo is.
Ze begrijpen het en laten dan hun eigen elastiekje terug wat los, de spanning los, traagjes genieten van wat hun blij maakt zodat hun ‘elastiekje’ niet onder spanning komt. Daar kan ik nog wat van leren 🙂

Maar “Project IK” had ik hen dus nog niet uitgelegd. Tuurlijk is het eenvoudig, ik voel me beter als ik kan schrijven, het helpt me en dat op zich is al een leuk antwoord. Maar ze vragen door. “Er staat daar positief egoïsme, wat bedoel je daarmee? Egoïstisch zijn is toch niet ok?” Dat hij bijna een tiener is en het woord al kent was ik bijna vergeten.
Een blad, een balpen en een slecht getekende weegschaal heeft hen de antwoorden op die vraag. “Positief egoïsme zorgt er voor dat niemand van de weegschaal valt en IK dus ook niet alleen achterblijft” Aangevuld met wat uitleg over wegcijferen, voorbij lopen, neerbuigend doen en zelfzorg zie ik hoe de speelgoedcentjes spreekwoordelijk vallen.
En wanneer ik enkele uren later hoor hoe ze het verhaal over ‘balans, WIN-WIN en positief egoïsme’ aan mijn man vertellen, komt er een trotse kinderlijke glimlach op mijn volwassen smoeltje 🙂

20190130_165302

Dansen in het bos

Dat het de laatste dagen beter met me gaat…Ik voel nog hoe die woorden enkele dagen geleden zich een weg zochten uit die bizarre hersenkronkels van me om zich al glijdend een weg te zoeken naar mijn vingers die met een enthousiast getokkel de zin vormden terwijl het hart het gevoel toen extra sterkte gaf.
Dat een kleine, onbenullige gebeurtenis dit helemaal kan doen wankelen en me al zwalpend van links naar rechts terug een grens laat zien is echter niet schrikken.
Na enkele maanden ken ik het ritme al, weet ik al dat er een nog een lange weg voor me ligt en dat het eentje is met ups and downs.

Het is onvoorspelbaar, het kan iets groots zijn maar evengoed klein. Het kan een aangrijpende gebeurtenis zijn maar evengoed iets dat niet kan worden verwoord. Een zin die een ondertoon heeft waardoor ik twijfel aan wat er nu echt bedoelt wordt, een kritische blik of een gespannen sfeertje die in de lucht hangt. Die ‘kleine’ onaantoonbare dingetjes, het was er de laatste dagen allemaal en op zuke momenten kan ik maar 1 ding denken ‘ it’s sucks to be HSP!’
Tuurlijk meen ik dat niet echt, als doorwinterde HSP’er heb ik al veel te veel ervaren dat het heel mooie dingen met zich kan meebrengen.
Maar soms is het dus een nadeel, dat buikgevoel, die intuitie. Wetende dat er iets is maar niet weten wat en er geen duidelijkheid over vinden. Het duurt even voor ik het loslaat, voor ik terug verder kan..dat het bij mij wat trager gaat is normaal, dat weet ik ondertussen al maar dat zulke ‘kleine’ dingetjes zo hard kunnen binnen komen is toch telkens weer een beetje schrikken, een beetje terug in de angst.

’t Is alsof je in een donker bos loopt en het net een tintje donkerder wordt, rationeel denk je dat er niets aan de hand is, dat er een wolk boven de bomen komt hangen. Maar als je heel stil bent, hoor je in de verte licht geritsel. Je voelt dat er iets sluipend op je afkomt, je buikt trekt samen en je ademhaling is het enige wat je hoort en die klinkt veel te luid.
Je maakt je heel klein, heel stil en je stopt je ademhaling in de hoop dat het de zware druk in je maag zal verlichten wanneer je er geen lucht bovenop propt. Maar de lucht stapelt zich op in je hoofd en helder denken gaat niet meer, je gedachten vervormen zich door de mix van angst en wantrouwen.
Verstopt in een hoekje blijf je verkrampt wachten tot de donkere waas voorbijkomt, de vuurgele ogen voel je branden wanneer ze jou richting uitkijken en je doet wat het beste is, wat je het beste lijkt. Je doet je anders voor, alsof je er niet bent en kruipt nog dieper weg in de hoop onzichtbaar te worden.
Je telt de seconden af tot het voorbij is, tot je weer uit je cocon kan komen en de omgeving weer helder is. Tot de invloed van alle ‘externe’ factoren weer genormaliseerd zijn en je je terug onder de noemer ‘normaal functionerend’ kan zetten.

Dat gevoel heb ik wel meer gehad en in de loop der jaren had ik een manier gevonden om hier mee om te gaan…Het was geen goeie manier, het was het “pleasen” van anderen door mezelf anders voor te doen. Het verstoppen van mijn gevoelig kantje en de stoerdere versie van mezelf laten opdraven om zo het gevecht aan te gaan. Tot ik dus enkele maanden geleden moegestreden en zwaar gekwetst heel lang ik ‘mijn’ hoekje kroop. Maar af en toe komt er dus al wat zonlicht door en durf ik de stralen te laten weerspiegelen om zo te laten zien wie ik echt ben, hoe ik echt ben. De kwetsbare IK met een intuitie die er meestal bonk op zit.

Op het korte stukje pad die ik reeds aflegde durfde ik zelfs al eens dat echte kantje te delen met anderen, mensen die ik ken maar ook mensen die ik minder goed ken en zelfs mensen die ik helemaal niet ken. Dat de reacties uiteenlopend zijn is normaal maar 1 ding doen ze allemaal…ze geven me de indruk dat ze oprecht zijn, oprecht en met respect. Soms is een reactie gemaakt van gesproken woorden, geschreven woorden of zelfs zonder woorden maar telkens voel ik aan wat er echt is aan de reactie en voor het eerst ervaar ik mijn buikgevoel niet als ambetant maar als euh…handig 🙂

Toen dat voor het eerst gebeurde dacht ik echt dat ik erdoor was, dat ik ‘genezen’ was en terug de draad kon oppikken van waar ik was gestopt. Het bleek een kort stukje draad te zijn want al gauw werd ik achteruit gegooid door de verlammende hand die me terug duwde en heel even de druk aanhield.
Al snel had ik door hoe het gaat en nu dans ik mee op het ritme. Ik laat me niet leiden en volg ook heel zeker niet maar wanneer het er is weet ik dat het eventjes tijd is om wat rust te nemen, op adem te komen en te wennen aan het nieuwe stukje dat voor me ligt.

En op de ‘betere’ slechte dagen (zoals vandaag dus) sterkt de gedachte me dat het binnenkort net omgekeerd zal zijn. Dat ik de nieuwe pasjes onder de knie zal hebben en dat ik terug eventjes al dansend het pad kan volgen.
“Maar wat zit er nu dan in je weg?” het is een kritische vraag die ik mezelf moet stellen. Om te weten waar ik mijn focus straks zal leggen, als het tijd wordt om na deze rustperiode verder te gaan.
En ik stel vast dat het deze keer weer iets is wat van diep komt. Het is de twijfel om mijn kwetsbaarheid te tonen maar dan samen met de schaamte die al jaren de stille sluiper in het bos was, die zich al jaren aan het versterken was. Het besloop me zonder dat ik het wist, wachtend op het ideale moment om genadeloos toe te slaan en het gevecht aan te gaan met diezelfde kwetsbaarheid.

Hoe ik me hier tegen moet wapenen weet ik nog niet, dat zal ik gaandeweg wel ontdekken. Dat deze gedachte zich vormt op dit moment stemt me goed want de woorden ‘het gaat eventjes niet zo ok’ vinden de weg uit mijn hersenkronkels veel moeilijker dan hun positieve tegenhanger. Onbesproken komen ze naar buiten in de vorm van stilte, afwezigheid, dromerigheid, verwardheid en zo nu en dan als een stille traan. Maar treuren doe ik niet want ik ken het ritme al, ik ken deze dans…en met mijn kwetsbaarheid als wapen dans ik mee onderweg naar een gewone betere dag.
Tot de twijfel en de schaamte zich heel klein maken. Tot ik terug echt IK zal zijn.

optimismquote

De 2de eerste sneeuw

Menig schrijvers/bloggers zullen me gisteren en vandaag zijn voorgaan om hun creatieve bewoording los te laten over de sneeuwval in ons Belgenlandje. Als je even vertraagt, even stilstaat is het naast rustgevend dan ook een inspirerend iets, al komt dat natuurlijk ook omdat het hier een zeldzaamheid geworden is en de schoonheid ervan op een uiterst dromerige manier binnenkomt. Het felle witte kleur heeft de indruk dat je tussen de wolken zit en de koude streling ervan heeft een instant verfrissingsmomentje aan een al dan niet overvol hoofd terwijl de gladheid ervan ons eraan herinnert om netjes de voeten op de grond te houden.

Wanneer ik door het venster kijk, haal ik opgelucht adem. Het eerste wat ik zie is een idyllisch sneeuwlandschap en het brengt voor het eerst sinds lange tijd geen angst met zich mee. Niet dat het zoveel kansen had maar de weinige keren dat er hier sneeuw viel de voorbije jaren genoot ik er niet ten volle van. En dat besef ik nu pas wanneer ik de witte boomtopen zie, die het net niet begeven onder het laagje sneeuw en zo de takken laat doorhangen alsof ze in een rustige houding worden gedwongen en helemaal ontspannen het gewicht van de zachte vlokken dragen. In mijn hoofd klinkt het enkel nog van “waar is mijn wollen muts nu, waar is mijn dikke sjaal…” (voor de niet muziekkenners: zie link)

Aan de ontbijttafel vraagt mijn dochter of ze onderweg naar school een sneeuwengel mag maken. Maar de ochtendhaast wordt ons voorgeschoteld en heel even denk ik aan wat me anders zo een afkeer deed krijgen van sneeuw.
“Sorry meisje, vanmorgen zal echt niet lukken” hoor ik mezelf op een teleurgestelde toon zeggen. “De grijze massa wacht” denk ik er in stilte bij. Dat mag je gerust letterlijk nemen ookal is de kans dat die zin figuurlijk van toepassing is niet onbestaande.

Het verkeer, mijn “zwakke” plek. Een held ben ik er nooit in geweest, een kleine afkeer van alles wat wieltjes heeft er bij mij al altijd ingezeten. Al heb ik in mijn rijkelijke denkwereld er nog nooit een echte verklaring voor gevonden, ik had er gaandeweg mee leren leven tot op een punt dat ik het voordeel van de bewielde verplaatsingsmiddelen inzag.
Tot nu dus, ik voel de laatste tijd dat het meestal beter met me begint te gaan. De moeilijke dagen worden dragelijker en de makkelijke dagen worden weer fun. Maar tijdens een verplichte deelname aan het verkeer gebeurt het nog regelmatig dat ik me even aan de kant parkeer om mezelf tot rust te brengen vooral ik de rit verder zet.
De lichten die van alle kanten komen en een waas van verblindheid nalaten, de voorbijzoevende chauffeurs al dan niet met bonkende bassen die tot diep in mijn hoofd weerklinken en zo nu en dan een opschrikmoment door een claxon die van overal en nergens tegelijk komt. Het is het toonbeeld van de drukte en de weerspiegeling van de snelheid waar ik mezelf nog niet volledig kan in terug plaatsen, zelfs niet voor het halfuurtje van thuis naar werk.

Tot dit jaar bracht sneeuwval alles in een nog erger stadium voor mij. Het niet kunnen loskomen van die snelheid waar ik in leefde en tegelijk rekening houden met het veilig verplaatsen? Ik zag het als een dodelijke combinatie.
Maar wanneer ik nu naar mijn auto stap voel ik een ongekende rust. In een vorm van automatische piloot stap ik trager en geniet ik van de witte daken, van de sneeuwtapijten als voortuintjes, van de vuilwitte lucht waar nog steeds kleine, zachte witte vlokken uit neerdwarelen.
Heel even richt ik mijn gezicht en mijn handpalmen naar boven om te voelen hoe ze mijn huid geraken en een koude tinteling nalaten die spontaan een lach op mijn gezicht tovert.

Onderweg merk ik dat alles trager gaat, het viel me vroeger nooit zo op. Het moeilijkste is niet teveel weg te dromen bij de mooie witte taferelen die zich aan de zijkant van de weg afspelen, het is een balans die ik graag hou en ervoor zorgt dat ik geniet van dit ritje in de sneeuw. Zonder haast, zoals alle andere chauffeurs. Ok, sommige zullen misschien wel gefrustreerd zijn geweest maar de enige bedenking die ik me dan maak is dat de natuur alles en iedereen beetje verplicht te vertragen. Letterlijk moet het, figuurlijk zou iedereen het beter (af en toe) doen.

Wanneer ik ’s middags mijn kleine meisje van school haal, krijg ik een blik vol vragen als we de richting veranderen en naar het park toe wandelen. ” Je wou toch een sneeuwengel?” vraag ik lachend en tegelijk hopend dat ze nu geen nee zegt.
Met evenveel enthousiasme als gevallen sneeuw vliegt ze rond me nek die even later ijskoud aanvoelt door een eerste sneeuwbal die ze er al lachend ingooit.
En aangestoken door haar verwonderd genieten van spelen in de sneeuw laat ik me even later samen met haar vallen op een onaangetast wit tapijt.
Lachend en doornat wandelen we terug naar huis voor een warme tas soep terwijl in het parkje er niet 1 kleine maar ook 1 grote sneeuwengel achterblijven.

20190123_160203

Zeemeerminnentaal

Soms vraag ik me af hoe het moet zijn om meer te communiceren zonder de neiging te hebben om iets meer diepgang toe te voegen. Ik kan het wel maar af en toe voel ik me zo vreemd, alsof mijn ademruimte beperkt wordt en de holheid me duizelig maakt.
Dat zijn de momenten dat de ‘dagelijkse’ sleur zijn intrede doet, het tempo beetje hoger gaat en de grenzen worden bespeeld als een elastiekje rond je vingers waarvan je hoopt dat als ie wegspringt het niet in de richting van je gezicht gaat.

IK merk dat ik het iets beter, iets vlugger van mezelf besef als het zo ver is. Het is iets anders dan nood aan rust, het is nood aan diepgang. Het zijn de momenten waarop alleen zijn geen goed idee is want dan zou dat kopke teveel gaan draaien.

En ookal bestaan ze niet echt,  je kan het vergelijken met zeemeerminnen. Ze zijn gewoon om diep te leven, in hun wereldje vol mooie natuur en spullen uit een gezonken schip die in hun eenvoud mooi zijn. Ja, ik denk hierbij aan een stukje uit “De kleine zeemeermin” 🙂

De diepte brengt hen rust, vertrouwen en dankbaarheid voor de kleine dingetjes maar zo af en toe lonkt de oppervlakte als een glinsterde diamant. Het maakt hen nieuwsgierig naar wat zich daarboven afspeelt, naar wie ze zouden ontmoeten en hoe de oppervlakte van het water een andere wereld kan laten zien. Dus gaan ze af en toe kijken, ze zien al snel hoe ‘oppervlakkig’ de wereld boven hen is maar het stoort hen niet. Voor hen is het voldoende als de mensen er ook lachen en op hun manier gelukkig zijn. Heel af en toe merken ze iemand die net het omgekeerde doet. Die dromerig naar de zee kijkt en zich afvraagt wat er onder het wateroppervlak allemaal leeft, hoe de kleuren je meenemen naar een ongekende wereld die alle fantasie in het niets doet verdwijnen.

Zolang de zeemeermin niet te lang aan de oppervlakte blijft en de weg naar het diepe terug kan vinden is er geen probleem. Maar zo af en toe gebeurd het dat een van hen het gevaar verkeerd inschat en te lang wacht. Het wordt stilaan donker en het is simpelweg leuk vertoeven daarboven, denkt ze. Heel even geen diepgang, heel even niet voelen en heel even genieten van de oppervlakte.
Maar dan merkt ze iets vreemd, een pijn die haar huid doet samenkrimpen van het gebrek aan het diepgaande water. Haar adem die net boven haar hart blijft hangen en zich meer en meer opstapelt tot het haar stem vervormt en het lijkt alsof er geen klank meer komt. Ze is onbegrepen in een wereld die ze niet kent en hoe ze ook probeert niemand begrijpt haar, niemand luistert, niemand spreekt haar taal. De groeiende pijn belet haar niet om af en toe te zoeken naar het strand en haar te nestelen in het goudgele zand dromend en verlangend naar de diepte van het water waar de maan een glinstering op laat neervallen.

Onwetend dat het de eenvoud is die haar helpen kan blijft ze dromen en hopen dat ze ooit weer thuis kan komen, dag na dag, week na week,…Tot ze verkrampt en verdoofd van de ongekende pijn, verblind door de angst om voor altijd vast te zitten aan de oppervlakte verder stapt dan de dag ervoor en door de golven mee gezogen wordt.
Verschrikt spartelt ze om zich heen in de hoop de golven te temperen die het water in haar gezicht slaan met hun schuimende toppen als kletsende handen. Ze voelt het water rondom haar stijgen en de adem die boven haar hart was blijven hangen groeit in een verstikkend tempo tot het haar keel volledig inneemt en nog voor de lucht een uitweg vind, wordt haar mond gevuld door woorden die haar stem niet meer kunnen vormen.

De hoop om haar thuis te vinden in het water laat ze varen en haar lichaam laat ze verslapt meespoelen door de golven die haar omringen in een donkere waas, steeds dieper, steeds verder van de oppervlakte waar ze zolang bleef. Meestal is ze verzonken in een diepe slaap maar af en toe schiet ze wakker en probeert ze met alle kracht om haar heen te slaan in de hoop ergens vertrouwt te kunnen komen. Of  het terug aan de oppervlakte is of niet maakt haar niet uit, ze is moe, ze wil rusten…

Zonder het te weten wordt haar ineengezakte, schijnbaar levensloze lichaam ergens naar toe gebracht. Na enkele dagen hoort ze een bekende taal maar kan ze nog niets terug zeggen, ze voelt dat ze omringt is door iets bekends, door mensen die ze kent maar ze twijfelt nog of ze hun taal kan spreken. Of ze het durft om hen toe te vertrouwen wat ze gezien heeft aan de oppervlakte. De diepte waar ze zo naar verlangde is terug maar het is anders dan voordien, het is eventjes minder mooi dan de fantasieën die de mensen aan de oppervlakte erover hebben en na een tijdje beseft ze dat het datgene was die haar wegdreef, steeds hoger, steeds verder van haar thuis. Het duurt even voor ze terug de schoonheid ervan ziet maar ze is omringt door mensen die haar taal spreken, door mensen die haar begrijpen en haar de tijd geven om terug af en toe te gaan kijken naar de oppervlakte zodat ze kan zien hoe mooi de diepte kan zijn.

Leven met diepgang, ik hoorde al vaak dat het wordt verward met serieusheid en saaiheid. Of net het tegenovergestelde, met dromerigheid en onrealistische gedachten. De waarheid zit ergens middenin, volgens mij. Tuurlijk kan ik niet elke dag, elk moment de diepgang gaan opzoeken. Soms is het er simpelweg niet en te veel ervan is gewoonweg vermoeiend. Maar zonder is het leven saai en kleurloos want in tegenstelling tot het beeld van serieusheid brengt het ook heel veel kleur en fantasie met zich mee. Wanneer ik het over diepgang heb, heb ik het over dromen die ik wil najagen (of zwemmen in dit geval), over het genieten van de kleine dingen en met of zonder woorden aan te voelen hoe alles rust brengt maar ook te kunnen praten over de pijn die het oppervlakkige leven af en toe met zich kan meebrengen en het beseffen dat het leven in de diepte dat evenzeer kan. Het is een balans, een af en toe naar boven zwemmen en het af toe terug neerdalen. En het is iets wat leuker en veiliger is als je het niet alleen doet. Het is het gesprekje met een goeie vriendin over wat zij en ik belangrijk vinden, het is het dromen en plannen van een reisje of een uitstapje, het genieten van de kinderen die verwonderd kijken naar hoe mooi de wereld voor hen kan zijn, het voelen van blijheid wanneer je onverwacht een bezoekje brengt aan je oma, het herkenbare in het gesprek met een wildvreemde die zich openstelt alsof je elkaar al jaren kent, het weten dat er mensen zijn die je begrijpen en wanneer je een slechte dag hebt, is het het weten dat je je hart kan luchten, je even kan laten gaan, een diepgaand gesprek kan hebben met iemand die gewoon luistert en heel even met je meezwemt…

En ja, het is ook het me hier even volledig te laten gaan in een zeemeerminnenverhaal in zeemeerminnentaal 🙂

knipsel

 

 

Back on track

Na ongeveer een maand thuis, een maand van onderzoeken en rust, ga ik terug aan de slag. Partime weliswaar, de ene dag lukt beter dan de andere maar wonderbaarlijk lukt het luisteren naar mijn lichaam goed.
Het voelde alsof de pauzeknop in mijn hoofd voldoende lang genoeg was ingedrukt,
ik stond terug verder van de rand die een ongekende duisternis toonde en die grens hou ik nu oplettend in het oog. Als de moeilijke dagen tot een einde komen, visualiseer ik letterlijk die gedachte om zo mezelf tot rust te brengen en af te leiden van alles die mijn hoofd weer eens te vol heeft gekregen.
Dat ik tegen de ochtend opnieuw een miniscuul stapje vooruit ben gegaan in vergelijking met de avond voordien is voor mij het teken dat ik het goed doe. Al moet ik toegeven dat ook op het werk er enkele steunpilaren zijn en die overtreffen zichzelf als respecterende grensbewaarders.

De medische opvolging is kort en bij een van die vele doktersbezoekjes krijg ik te horen dat krachttraining en terug starten met lopen een goed idee is maar…met begeleiding.
Heel even twijfel, nieuwe prikkels, nieuwe uitdagingen! ‘k ging ze nooit uit de weg maar nu veroorzaken ze een lichte paniekaanval waardoor de interne volumeknop in mijn hoofd eventjes op maximum wordt gezet.

Maar ik wil hieruit, ik wil de nieuwe ‘oude’ IK worden. En de zaken die me daarbij vooruit kunnen helpen zijn net de dingen die me afschrikken. Wat ze inhoudelijk ook zijn ze hebben 1 ding gemeen, de grenzen die ik moet aanvoelen en aangeven…mijn grenzen.
Dus maak ik met enige twijfel en een angstig hart uiteindelijk een afspraak in het revalidatie & trainingscentrum. In afwachting van de eerste krachttraining ga ik aan de slag aan wat ik best kan omschrijven als mijn energieherstel. Doel: rustig aan, gewoon genieten en vooral terug willen bewegen. Energieker worden!

14 januari 2019, de eerste krachttraining. Mijn hoofd heeft er zin in, mijn gevoel twijfelt nog steeds maar met goeie moed en met een rustig hoofd open ik de deur naar een nieuwe uitdaging en wandel ik het centrum binnen. De ontvangst, de omgeving het voelt gelukkig goed aan waardoor mijn sensoren niet in overdrive gaan.
Wanneer ik halverwege heel even een stukje buiten moet lopen, begint het net te regenen en zoals altijd vind ik dat zalig. Lopen in de regen heeft mij steeds een helend effect, het gevoel van de druppels op mijn hoofd zorgen er voor dat alles in mijn hoofd wordt weggespoeld en heel even wordt alles stil daarbinnen waardoor mijn focus en mijn energiepeil stijgt. Het lopen is kort, een of twee minuutjes, maar het effect is er eentje die uren duurt en ookal wil mijn lichaam niet altijd even vlot mee merk ik dat alles hieraan deugd doet en me alleen maar beter kan maken. Het gevoel alsof ik de rest van de namiddag en avond bergen kan verzetten maar het verstand om het in te houden en dit stukje herwonnen energie op te slaan.

Bij het opstellen van mijn trainingschema merk ik dat er eentje daags nadien staat gepland. Wanneer ik hoor dat er best een zachte ondergrond word gekozen, kan ik niet verbergen dat het niet zo mijn ding is maar ik protesteer niet want ik weet al te goed dat de afwisseling nodig is om fysiek krachtig genoeg te worden. Mijn persoonlijk doel is er eentje die ik al lang koester, de 42 km. De helft lukte nog eind 2017 maar ook daar legde ik mezelf te veel stress op, ging te veel over mijn grenzen en liep ik van de ene blessure naar de andere. Wanneer en of ik mijn doel zal halen durf en wil ik nog niet uitspreken, niet nu, niet zo lang ik ‘herstellende’ ben.

Wanneer ik na het werk de Finse piste oploop merk ik dat de regen de ondergrond nog zachter heeft gemaakt. En bij iedere stap voelt het als drijfzand waar ik telkens net aan ontsnap. “Focus op houding, focus op houding…” in mijn hoofd herhaal ik de zin, in de hoop dat ik ontsnap aan het geluid van de loeiende wind.
Tis ergens halverwege als ik heel even stop, mijn focus, mijn zinnetje is samen met mijn ademhaling verdwenen. Het geluid van de wind sloeg in mijn hoofd, en liet gedachten opwaaien die zich op de koude plekken hadden verstopt. “Ik wil dit afwerken, ik moet niet maar ik wil…” probeer ik, in de hoop dit op een positieve egoïstische manier te kunnen bekijken maar ik kom tot de conclusie dat ik stilsta. Letterlijk en figuurlijk.

Onwettend of het wel goed is, zet ik de pas weer verder. Bij het nemen van een volgende draai lijkt de wind wat stiller maar het krakende geluid van voeten die de grond geraken komt niet van mij.
Dit is niet zo goed, het gaat echt niet goed! Ik weet ondertussen dat wanneer mijn ogen of oren worden overprikkeld mijn lichaam en geest aangeeft dat het rust nodig heeft. De loper achter mij komt traag dichterbij en wanneer ik zijn ademhaling hoor merk ik dat ik die overneem en het lopen wordt steeds lastiger.

Opgelucht dat hij voorbij is, zet ik de laatste kilometer in en even later wandel ik, teleurgesteld dat het niet goed ging maar ook blij dat ik toch netjes mijn training afwerkte, naar de auto om huiswaarts te rijden. Onderweg bedenk ik me dat zulke situaties me nog overkwamen, op het werk, thuis, op restaurant, in het verkeer…al zuchtend probeer ik mijn gedachten te relativeren “Geef jezelf wat tijd, je bent nog maar net begonnen”

Wanneer ik de wijk inrij waar ik woon besef ik dat mijn lichaam en mijn hoofd ontspannen zijn. Het besef dat het onderweg druk was overvalt me. Tuurlijk had ik het opgemerkt maar het leek minder lastig na mijn loopje. Vreemd, denk ik, de details van het lopen kan ik me nog zo voor de geest halen samen met het bekende overweldigende gevoel. Maar het effect blijft niet hangen en dat voelt goed. Even leek het of ik een grens was overgegaan maar nu twijfel ik vooral of het er net niet voorbij was. De lichte koppijn heeft aan dat ik me best rustig hou voor de rest van de avond. Het bevestigt dat ik fysiek nog heel wat werk heb maar dat de wil, de goesting zich mentaal al heeft versterkt en zijn plekje in mijn hoofd stilletjes aan het innemen is.
Het maakt me fier en ik weet dat een vroegere versie van mezelf het zou afschilderen als een slechte prestatie maar de positieve egoïst in mij laat van zich horen en zegt
“Je was top, je hebt het gedaan en je voelt je goed ondanks de obstakels onderweg! ”
En voor ik geniet van een verdere rustige avond corrigeer ik mezelf hier heel even
” IK ben top” 😉

the-soul-always-knows-what-to-do-to-heal-itselfthe-challenge-is-to-silence-the-mind-inspirational-quote

Een koude zoektocht naar warmte

Tis kort na middernacht als ik voel hoe ‘het’ toeslaat. De concentratie, de energie zakt weg bij iedere seconde die wegtikt. Terwijl ik kijk hoe de vloeistof in mijn glas bij iedere sip meezakt, besef ik dat het tijd is om naar huis te gaan. De rust op te zoeken en morgen volop te genieten van de rustige dag, zonder plannen, zonder verplichtingen.

Het is een verschil die lijnrecht staat tegenover hoe ik een halfjaar geleden omging met de vermoeidheid. Slecht slapen wordt een gewoonte, je leert er mee omgaan en het laat in eerste instantie geen sporen na. Maar het opstaan, dat went niet, dat wordt moeilijker, het ochtendhumeur wordt groter, de wallen onder de ogen ook…

Na enkele maanden verplaatst het gevoel van je hoofd die wegzakt in je kussen zich naar je gezicht die wegtrekt en vervaagt in de spiegel. Uiteindelijk stort je in, uitgeput, dag na dag strompelde je verder zonder te beseffen dat de afgelegde afstand verminderde. Af en toe haalde je nog het maatschappelijk aanvaarde tempo waardoor er niks verkeerd leek te gaan.

Het is dat die de genadesteek gaf, het tempo, de afstand, het mee willen doen…ik hoorde de complimenten over hoe goed ik het deed, hoe veel ik deed, hoe ‘perfect’ mijn leven wel leek en zag het als een opdracht om hier niet in te falen. Jaren aan een stuk herhaalde ik het telkens weer. Werk, hobby’s, sociaal leven, studeren, gezin, reisjes… Ik geef grif toe dat ik er van genoot en het prachtige herinneringen opleverde met al even prachtige mensen. Het maakte gelukkig en dat de korte termijn langer bleek te duren zie ik als een cadeau.

Maar dan wordt je plots ‘geraakt’ door iets en schrik je zo van het gevoel die het met zich meebrengt. Het voelt compleet, rustig en puur ookal zit je midden in een drukke chaos. Je denkt dat iemand anders je dat gevoel bezorgt, beseft nog niet dat je geest een eerste signaal heeft dat je iets mist. Verdwaasd en verlamt blijf je achter en je wilt gewoon doorgaan met je ‘perfecte’ leventje zonder dat gemis. Je verzet je met alle macht die je in je hebt, loopt zo hard en zo veel je kan en leeft nog sneller om het telkens voor te zijn.

Het lukt, denk je.

De buitenwereld zie niets, denk je.

De confrontatie stel je uit tot hij plots verdwenen is…denk je.

Tot je enkele jaren later niet meer over een zoveelste muur geraakt maar er volop tegenknalt…’HEAD FIRST!’

Of het anders is voor iemand die geen HSP’er is, kan ik niet zeggen maar achteraf gezien waren die jaren verslavend uitputtend. Vanaf het moment dat ik werd geraakt voelde ik dat er ‘iets’ niet klopte en ging op zoek naar wat. Alleen is een zoektocht naar ‘iets’ niet echt klaar en helder. En bij mij maakt duidelijkheid het verschil, weten wat je zoekt en de zoektocht al helemaal niet combineren met het snelle, chaotische leven.

Zonder iets door te hebben veranderde de zoektocht in een race, eentje waar ik hard wegliep van alles, telkens mezelf lachend voorbij. Pas wanneer ik (on)gewild vertraagde zag ik dat de lach een traan was geworden, dat diegene die ik voorbij liep iemand anders was, de mooiere, echtere versie van mezelf. Maar ik schrok en draaide mijn rug naar die andere IK, want het was niet de ‘perfecte’ versie. Het was de versie die IK leuk vond maar ergens onderweg werd het idee toegevoegd dat de wereld die niet zo ‘perfect’ vond.

IK besefte niet dat de nieuwe ik, niet meer echt was, dat de nieuwe ik het masker had opgezet die ik onderweg ergens had zien liggen, in de hoop de wereld te kunnen zien zonder emoties, de mensen te kunnen aanvoelen zonder pijn. IK besefte niet dat het niet mijn masker was, dat een masker me niet past.

Het besef dat het niet beseffen zorgde voor vervreemding van alles om me heen kwam te laat en hoe meer ik tegenspartelde hoe dichter de muren op me afkwamen tot ik rechtstond en niks dan donkerte zag. Ik was vervreemd van mezelf, was gebroken en gekwetst maar die pijn was niets wanneer ik besefte hoe de vervreemding me hard, koud en nors had gemaakt en samen met mij mensen had gekwetst. Dit was een compleet nieuw gevoel, een terecht schuldgevoel, te groot om in te houden maar te lelijk om mee naar buiten te komen.

Het brengt een pijn met zich mee die niet te omschrijven valt, niet in omvang, niet in diepte, zelfs niet in gevoel. Het valt niet te temperen, het vervaagt niet en het stopt zich niet weg ergens diep in je hoofd of je hart. Het maakt je kil, het zorgt dat je hoofd niet meer leeg kan, dat je niet ‘echt’ slaapt, dat je niet ‘echt’ leeft en niet meer geniet. Je wil ervan af maar erover praten is pijnlijk en vermoeiend en de energie die je er voor nodig heb werd je allang ontnomen. Het is de donkere angst dat je dit niet kan uitleggen, niet kan zeggen die je omsingelt als een zwarte koude mist en alle gevoel in je verlamt. Het is een soort van eenzaamheid die je opslorpt alsof je vastzit in drijfzand en je niet meer ziet of er iemand om je heen je een tak aanreikt.

Ik had 1 voordeel, 1 verschil. Mensen die me kennen, mensen die het wel zagen en mensen die niet opgaven als ik met alle kracht het masker probeerde aan te drukken. Beide handen duwend en mijn ogen bedekend in de hoop dat het op een of andere manier zou blijven hangen en ik net als Jim Carrey in The Mask voor altijd de fun makende, sterke, uitbundige, perfecte IK zou zijn. Die iedereen blij maakt, die nooit faalt en die iedereen een goed gevoel heeft.

Dat ik het punt van dit aan te kunnen al voorbij was, zag ik niet maar blind en uitgeput liet ik me leiden door mijn ‘steunpilaren’. Ze hielpen me stap voor stap de duisternis uit en ik kon niet anders dan hen te volgen, bang voor het moment dat ze er niet meer zouden zijn en ik alleen zou verder moeten.

Wanneer mijn glas leeg is en ik aankondig dat ik huiswaarts trek, krijg ik geen rare blikken. Dat ik moe was en in gedachten verzonken zat, was niemand ontgaan. En onderweg naar huis, heb ik een zoveelste deugdoende babbel. Eentje die me opnieuw doet beseffen wat voor mooi iets er me is overkomen.

Mijn zoektocht van weleer is voorbij en wat ik heb gevonden is helemaal niet wat ik in gedachten had. Het zijn mijn ‘steunpilaren’ en zonder het te weten waren ze er altijd al in verschillende vormen. Het zijn de dingen die me rustig en stil maken. Het zijn de dingen die me doen verwonderen en me ontroeren, de dingen die IK belangrijk vind. Het is de natuur, de buitenlucht, de muziek en de woorden maar het zijn ook de mensen die begrijpen waarover ik het heb, de vrienden die luisteren en troosten en elk op hun eigen manier terug een lach op mijn gezicht toveren. Mijn kinderen die me meenemen in hun spel tot we samen buikpijn hebben van het lachen, mijn man die na al die tijd er nog steeds blijkt te zijn en die tegen mijn eigen verwachting in nog steeds weet hoe hij me graag moet zien als volmaakte imperfecte vrouw.

En het is IK die het eindelijk weer toelaat, die rustig en stilletjes aan terug geniet. De traagheid niet meer vervloekend. Wanneer ik terug de woorden laat vloeien, voel ik hoe ik me opnieuw wat meer blootgeef. Wetende dat de donkere, zware woorden dan wel het papier bedekken maar ook mijn hoofd verlaten en me een stukje beter maken.

Dat mijn schrijfsels nog niet echt doorspekt zijn van positieviteit weet ik en voor even erger ik me eraan maar bij het afronden besef ik dat het goed is, dat het helpt dat ook dat IK is en in sommige opzichten IK was 😉

De dag erna…

Na het delen van mijn inspiratie en een stukje van mijn verhaal met enkele mensen die me nauw aan het hart liggen komt een eerste confrontatie met mezelf. Het brengt me terug naar net voor de start van deze blog, zoekend op het web naar hoe je zoiets start en waar je op moet letten.

Een van de ‘regels’ zegt dat je best niet dagelijks schrijft. Als leek hou ik me hieraan aan, bang dat als ik dit niet goed doe het weer verknoei voor mezelf. Zorgen dat mijn voeten het voorgeschreven pad volgen die zo mooi verlicht is.
Het is verblindend, als hevig zonlicht dat doorbreekt op een druilerige dag. Je ziet enkel nog dat licht en de loper in mij is aangewakkerd om het te volgen, ongeacht wat er zich in het donker afspeelt.

De reacties zijn overweldigend mooi, oprecht…dat weet ik zeker. Mijn raadgevers, mijn steunpilaren, mijn ‘wees maar jezelf, er zijn al andere genoeg’ vrienden, mijn geliefden…herkenning, bevestiging maar ook voorzichtigheid geven ze mee.
Eentje kent me best van al, langst van al, eentje is bang…IK

Als voor het eerst in weken er tranen van gelukzaligheid over mijn wangen stromen voelt het als regen die valt op een dorre grond na een helse tijd van droogte. Het overschaduwt even het zonlicht, maakt het wat minder fel en tegelijk dragelijker. De inspiratie was het zonlicht, de regen het signaal…

Niet te hard opgaan in iets, in dit. Hoe graag ik ook wil, ik moet mezelf tegenhouden want wat als ik me ‘belachelijk’ maak, wat als ik onbegrepen ben. Dan blijf ik alleen achter…
Het gebeurde al zoveel, ik wil iets uitleggen, zeggen wat ik voel maar de angst belemmert me. Het drukt zijn kille, stoppend hand tegen mijn borstkas en laat me achter met het zo bekend gevoel alsof je hart te zacht lijkt om zo hard te snijden, dat je ademhaling stokt en ergens halfweg je keel blijft hangen en je net niet verstikt wordt door de tranen die zich als een blok samenbundelen.
Ik luister er naar, alweer, want misschien heeft het wel gelijk. Misschien stel ik me wel aan. Dus zeg ik maar de helft en blijven de andere gedachten malen tot ze zich uitgeput nestelen in een koud plekje diep weggemoffeld in mijn hoofd en in mijn hart. Het gevoel van onbegrip zorgt voor eenzaamheid en jaagden al menige mensen van me weg of was het nu omgekeerd???

Maar dan is er een warme knuffel, een troostend woord van de persoon die mij het liefst ziet…. Zijn woorden kloppen, het schrijven helpt. If not voor iemand anders dan wel voor IK.
Dus waarom me inhouden, me aan regels houden die door een ander bepaalt zijn? Voor de zekerheid of om de angst te temperen, te laten groeien en ook dit uiteindelijk te laten uitdoven.

Nope, niet deze keer 🙂 Tijd om egoïstisch te zijn en te handelen. Dit is mijn ding, mijn hulp, dit is IK. En tuurlijk hoop ik stiekem dat ik ooit iemand kan helpen door dit te delen maar ik start klein door toch vandaag te schrijven. Niet omdat ik het dagelijks wil doen maar omdat ik wil schrijven wanneer ik er nood aan heb, wanneer het goed voelt.

Voor sommige zal ik mooier, echter zijn geworden, anderen zullen het dan weer afkeuren maar voor mezelf zal ik gewoon hersteld zijn, gewoon IK zijn.

De inspiratie

Dinsdagavond 8 januari 2019:

Tis guur weer, veel wind, regenachtig en donker. Beetje zoals het soms in mijn hoofd kan zijn wanneer dit te vol geraakt.
Eigenlijk heb ik geen zin om buiten te komen, mijn kop zit vol en bonkt en na de voorbije weken weet ik dat het nog erger kan worden als ik het negeer. Maar toch maak ik me klaar, put on my happy face en zo normaal mogelijk proberen te doen. Heel even doorzetten, het verschil met andere momenten…tis voor mezelf vanavond, niet voor een ander.

Ik trek met enkele goeie vriendinnen richting Oostende. Geen strandwandeling, geen shoptoestanden of tea-room babbel…nee, een info avond over HSP en burn-out staat op het programma.

Dat ik een HSP’er ben weet ik al lang, dat ik een burn-out heb/had is iets wat ik momenteel aan het “aanvaarden” ben. Want ondanks het feit dat er bij de fysieke onderzoeken iets kon worden aangetoond, konden veel van mijn symptomen niet of te weinig gelinkt worden aan wat men op de scan zag.
De dokter omschrijft het als “op het randje van burn-out”. 
Fysiek op maar mentaal net niet.

Mijn kop barst open na de voordracht, veel te veel prikkels kwamen binnen, te veel emoties gepropt in een zaal waar eigenlijk niks verkeerd mee is. De concentratie in het naar huis rijden is moeilijk maar gelukkig kan ik mijn vriendinnen, mijn steunpilaren, veilig thuis brengen.

De wind raast door, een hele nacht lang maar mijn hoofd valt stil wanneer ik mijn gedachten bundel door mijn pen op het papier te laten glijden. De hoofdpijn houdt me nog even wakker maar mijn gedachten stoppen want ik deed wat ik moest doen, wat helpt…

Ik weet dat de overprikkeling voor deze keer iets goeds meebrengt.
Het was zo herkenbaar…moeite met de verkeersdrukte, moeite met emoties die haaks staan op mijn persoontje, mezelf niet meer kennen (en in mijn geval dan maar op iemand anders zijn pad meegaan), het koppig doorgaan maar ook het intens beleven en voelen, het aanvoelen van anderen en alles van me afschrijven. Woorden, quotes, liedjesteksten…zelf schrijven maar ook het opzoeken, ik deed het vroeger meer dan nu. 

Onlangs zei iemand me dat ik precies “projectloos” was.. Tja, ik had altijd een project om in weg te vluchten of iemand te plezieren. Was het niet werkgerelateerd dan was het thuis, of zelfs beiden tegelijk.
Wel der is een nieuw project… “Project IK”

Een project die staat voor het positieve egoïsme die ik moet toepassen in mijn leven. Ik loop er al een tijdje mee maar was nog niet gestart omdat ik niet kon zeggen of plannen waar het me naartoe moest brengen. Tot gisteren dus…de inspiratie, de eye opener. Het moet me nergens brengen, het moet gewoon goed voelen voor ‘IK’

Met dank aan mijn raadgevers en aan Tommy Browaeys (waarjewerkelijkademt.be)