HSP@work (n.a.v. de lezing op Dag van het gevoel)

Dat ik de “Dag van het gevoel” niet wou missen stond als een paal boven water. Een van de lezingen ging namelijk over HSP@work, laat dat nu net een van mijn grootste struggles te zijn geweest de voorbije maanden.
Wanneer ik mezelf de vraag stel wat ik verwacht, denk ik vooral met het oog op de toekomst aan tips om dit kenbaar en krachtig te maken in een professionele omgeving. Op mijn honger bleef ik zeker niet zitten, de inzichten werden uitgebruid en bevestigd door de vele “aha’s”, “oeie’s” en “oepses” die zich in mijn hoofd vormden.

De dag zelf was voor mij een blij weerzien van de mensen die ik het afgelopen jaar op mijn HSP pad kruiste. Stuk voor stuk voel ik een intense dankbaarheid voor ieder die ik in de laatste paar maanden een stukje leerde kennen, want de kennismakingen brachten steeds nieuwe inzichten, inspiraties, verbondenheid, herkenbaarheid…
Op privé vlak kan ik dan ook met een opluchting zeggen dat mijn HSP balans goed zit, de schaamte is er niet meer, de (zelf) aanvaarding is er, de rust is daar weder gekeerd. Op werkvlak is het nog koffiedik kijken maar met het volste vertrouwen in mijn eigen ik, zijn de eerste stappen daar ook gezet.

Vreemd genoeg wijken deze tips niet zo sterk af van wat ik in mijn prive leven toepas. Zelfzorg, mildheid voor een ander maar ook voor mezelf, communicatie. Mijn notities en inzichten zijn zo uitgebreid om ze hier te de delen. Maar de conclusie is een torenhoog cliche, een oude welbekende spreuk “Begin bij jezelf!”
HSP zijn is niet negatief maar wordt nog te vaak zo gezien, mede dankzij het feit dat het soms ook wordt gebruikt als een zuil waar men zich kan achter verstoppen. Ja, ik beken! Ook ik heb me ooit op een mummie-achtige manier gewikkeld in zelfmedelijden, om daarna hard weg te lopen van de niet zo leuke kanten die je als HSP’er voelt. De vele positieve en sterke kanten negeerde ik hier net zozeer mee.

En ze zijn talrijk die sterktes. Wist je dat mensen met HSP goede leiders zijn, niet zozeer de manager die goochelt met facts en figures maar wel de anticiperende, richtinggevende leiders. Door hun creativiteit en sterke nood aan verbondenheid weten ze intuitief hoe de dynamiek in een team kan worden gecreeërd en ook worden behouden. Door diezelfde creativiteit leggen ze verbanden die anderen (nog) niet zien en ookal probeert iemand hen wat wijs te maken ze zijn een krak in non-verbale communicatie. Maar de grootste “oeps” kwam er toen er werd gesproken over de manipulatieve skills die een HSP’er bezit. Dit leek me namelijk zo tegenstrijdig. Nauurlijk had ik van mezelf door dat ik het wel eens durfde, al hield ik het ook vaak in. Het bracht me al enkele keren op een schuldgevoel omdat ik dacht dat ik iets teveel naar mijn hand had gezet. De reden waarom ik blijkbaar hierover zoveel worstel met mezelf is zo logisch maar was nog ongezien door mij.

Positieve manipulatie: net zoals egoïsme heeft het woord manipulatie een negatieve bijklank terwijl dit in sé niet zo is. Wanneer je handelt uit jezelf maar met respect voor een ander, kan het gewoon niet negatief zijn. Als HSP’er is het emaptisch vermogen groter waardoor het manipuleren wordt afgewogen. Handelen puur uit jezelf als HSP’er lukt niet als men iets wil manipuleren. Maar als de balans in evenwicht is, is dit een voor iedereen voordelige, positieve vorm van manipulatie.
Deze sterktes komen tot hun recht als een HSP’er floreert, zich goed voelt maar ook de verantwoordelijkheid voor zelfzorg neemt. Er mag niet uit het oog worden verloren dat de nodige rusttijd nodig is, dat men af en toe moet ontprikkelen om zo de emotionele stabiliteit te behouden.

De ultieme tip kwam dan toch in de vorm van communiceren over HSP. Laat je dit weten aan je werkgever of niet? Het is een vraag waar ik in het verleden helemaal de bal missloeg. Directe communicatie, dacht ik. Eenmaal ik de aanvaarding zelf had doorgemaakt schreeuwde ik nog net niet van de daken dat ik HSP was, zonder meer.
Dat ik het mezelf niet makkelijker door had gemaakt ondervond ik snel maar zoals steeds leerde ik hieruit. De tip over hoe ik het wel kan doen, komt dus als geroepen. Verstop het niet, benoem de sterktes en herleid eventuele complimenten naar het onderwerp. Er hangt nog een te groot taboe en te veel negativitiet rond het kenmerk dat men er vooral de nadelen van ziet, de voordelen zijn nog te verborgen en te weinig in het licht gesteld.

Dat verklaart ook het feit dat vele hoog beklede functies zelden tot nooit openlijk kenbaar zouden maken dat ze HSP’er zijn. Ongetwijfeld bestaan ze maar op professioneel vlak is het blijkbaar nog onaanvaardbaar omdat HSP als een zwakte wordt gezien, dit resulteert in een schaamtegevoel. De combinatie van dit schaamtegevoel met dergelijke functies zorgt ervoor dat men “in de kast” blijft en hun kwetsbaarheid niet als sterkte gebruikt. Bijgevolg wordt er onvoldoende ingezet op de competenties van de werknemer(s) op alle lagen, ongeacht of de werknemer nu een HSP’er is of niet.

Als men als HSP’er een hoger functie bekleed is het dus net heel belangrijk om dit kenbaar te maken, bespreekbaar te maken. Hierover in dialoog gaan en zorgen voor een blijvende connectie is belangrijk. Zelf al voelt die connectie niet altijd positief, aanvaard de kritiek en ga er constructief mee aan de slag om de beste versie van jezelf te worden. Uiteraard zijn cijfers belangrijk voor een werkgever , gebruik dit om aan te tonen hoe de invloed van psychomatische klachten steeds verder groeit door het negeren van de eerste signalen die vaak opduiken. Als een werknemer twijfelt over zijn job is directe actie nodig, kleine stappen kunnen dan voldoende zijn om iemand aan boord te houden. Belangrijk is dat een werknemer dat moet durven aangeven en een werkgever dit niet zomaar naast zich mag leggen. Wanneer een werknemer op eigen initatief start met loopbaanbegeleiding is het vaak al te laat, is men al te lang aan het twijfelen, staat men al te lang onder stress. Als de werkgever de mogelijkheid krijgt hier van in het begin op in te spelen is de kans op win-win groot. Het is dus ook hier een gedeelde verantwoordelijkheid.

Als werkgevers inzien dat inzetten op competenties en persoonlijke groei, dat kwetsbaarheid geen zwakte is en dat transparante communicatie nodig is, zal men op langere termijn ook een groei in hun productiviteit ervaren. Het welbevinden van alle werknemers is belangrijk en dus ook als die werknemer HSP’er is. Of zoals Fons Leroy alleszeggend de lezeing afsloot “Beter 1 HSP’er uit de kast, dan 10 op de vlucht”

Dit grote stuk werd aangevuld met een 2de lezing of perfectionisme maar ook een videoconferentie met Elaine Aaron brachten heel wat bij. Teveel om hier nu op te noemen. Het gaf me veel bijkomende zaken die ik op een of andere manier ooit wens te delen, niet meer schreeuwend maar gewoon door IK te zijn. Door af en toe de pauzeknop in te drukken en gewoon te genieten van wat ik heb, gelukkig te zijn met wat ik heb. Het lied die Tom Helsen samen met Buurman schreef voor de campagne “Hoogsensiviteit (h)erkend” en gisteren live bracht, klinkt nog mooier door het bijhorende verhaal die Tom met ons deelde. Opnieuw herkenbaarheid en een grote bewondering voor hoe hij hier openlijk kan en durft over spreken, want naast het feit dat er op de werkvloer nog heel wat taboe is rond HSP is dit voor de mannen een zo mogelijks nog groter taboe.

Maar ik had voorgenomen op hier enkel het stukje HSP@work te bundelen. De rest komt ongetwijfeld nog wel eens ergens aan bod. Enkel het lied zelf wil ik jullie niet onthouden.

Met dank aan Prof. Elke Van Hoof, Fons LeRoy, Ann Van Elsen, Sonja Reckers, Florence Delacave, Marcel Hendrickx, Tom Helsen en Buurman, Jerko Bozikovic, Elaine Aaron en uiteraard ook HSP Vlaanderen
Advertenties

Nieuws! Play en pauze

Het lijkt oneindig lang geleden maar het dringt stilletjes tot me door. Ik luister en lees terug meer het nieuws. Mijn brein leek zo verzadigt van alle prikkels dat het dagelijkse nieuws iets was wat ik vluchtig hoorde voorbij zoeven. Tijdens mijn vlucht herhaalde zich in mijn hoofd vaak het zinnetje die Del La Soul begin de jaren 90 op zijn antwoordapparaat rapte “I can’t understand what the problem is
I find it hard enough dealing with my own biz”

Maar bij het horen hoe een Nederlands gezin jarenlang afgesloten van de buitenwereld leefde, lijkt het of de beestjes die de kersverse Brugse dierenpolitie aantrof dan ook stukken trager dan Eliud Kipchoge over mijn lichaam lopen. De gedachte aan hoe het moet zijn om na jaren terug een plaatsje in de maatschappij te moeten zoeken jaagt heel eventjes plaatsvervangende angst aan. Al dan niet ongevraagd je leven op pauze te zetten is niet niks maar als je zelf niet op de play knop kan/mag drukken is het risico op fast forward groot. Ook het tegenovergestelde is niet uitgesloten, slow motion die je doet vastlopen.

Terwijl ik tijdens mijn loopje heel even mijn hoofd vrij spel geef in de gedachtengang begint het me te dagen dat ik bij het nieuws stil sta en tegelijkertijd voel ik hoe het terug verdwijnt. Het spreekwoordelijk ver van mijn bed nieuws passeert me niet meer zijdelings zoals voorheen maar laat me terug relativerend meevoelen. Het minder werelwijde nieuws die mensen in mijn omgeving treft doet me meevoelen maar blijft gelukkig niet ‘hangen’ wanneer het door me gaat.

Opnieuw iets wat in balans lijkt, zeg ik tegen mezelf op een bedenkelijk toontje. De gedachte dat de huidige rust in mijn leven eindig zal zijn, dringt zich op. Zonder deze te negeren, schuif ik het aan de kant in de vorm van glimlachend genieten van een avondje me-time, even zelf te kiezen om de pauze knop aan te zetten en morgenochtend al nagenietend terug op play te drukken.

The end…nieuwe start

Dankbaar voor wat is geweest, klein beetje angstig voor wat komt. Als je me vraagt kort te omschrijven hoe ik me nu voel, komt dit het meest in de buurt. Een verandering brengt namelijk heel wat emoties mee en die ontrafelen is vaak een onbegonnen taak. Maar praten, uithuilen en in mijn geval schrijven zijn de instrumenten om mee aan de slag te gaan.

In een jaar tijd kan er veel veranderen. Zo wist ik vorig jaar wel dat ik dingen moest aanpakken, in vraag durven stellen en misschien zelfs kleine aanpassingen doorvoeren. Ondanks dat sommige zaken verassend vlot gingen, moet ik toegeven dat klein niet altijd een synoniem is voor eenvoudig. En zo duurde het maanden vooraleer ik begon om het nodige te doen op werkvlak. Steeds met een hoop dat de verandering klein zou zijn. Maar hoe meer antwoorden er kwamen, hoe meer duidelijkheid ik mezelf moest geven. Als ik echt vooruit wil, echt mijn ambities wil najagen dan is de nodige verandering niet meer klein te noemen.

Het hoofdstuk op dat ene werk moest worden afgesloten, het bedrijf was net zoals ik veranderd in de loop der jaren. Mijn pad die ik echt wou inslaan leidde niet meer naar dezelfde bestemming die ik bij het begin voor ogen had. Na een aangekondigd afscheid dacht ik me dan ook te hebben voorbereid op mijn laatste dag. Niks bleek minder waar toen het doosje zakdoeken een onmisbare reddingsboei waren voor de vloedstroom van emoties. Maar verdrietig kan ik het niet noemen, eerder een rare mix van opluchting, dankbaarheid en een angstig verlangen. Opluchting dat het naar mijn gevoel, ondanks de moeilijkheden, mooi kon worden afgesloten. Dankbaar voor wat is geweest en dat de mooie herinneringen de bovenhand nemen maar vooral voor de mooie, ontroerende, soms onverwachte woorden van collega’s. Maar door de rotsvaste overtuiging dat de beslissing goed was, komt het verlangen naar de nieuwe start door sijpelen. Een kleine angst hoort er nu eenmaal bij, weet ik.

Buiten staat de winter dan wel voor de deur het voelt alsof mijn gevoel richting lente gaat. De gewoontes van rond de figuurlijke winterse haard werden te warm, de verstikkende hete vlammen overstemde het gevoel van de gezelligheid die een winterperiode zou moeten geven. De frisse lucht voerde me naar buiten om me te laten zien waarvoor ik de rolluiken neer had gelaten. Opgeven wat je kent, is op werkvlak dan wel klein voor de meeste mensen het is allesbehalve eenvoudig en dat maakt het voor mijn gevoel net iets groter. Het in toom houden van de “wat als?” gedachten vraagt even wat energie. Maar zoals de laatste weken bleek, kan ik terug vallen op de dingen die ik de voorbije maanden op mijn pad tegen kwam. Steeds meer en meer neemt de gedachte dat een nieuwe start de enige manier was om vooruit te gaan het over. De komende weken zijn zowel rust en inspanning gepland. En met geplande gaten in mijn agenda voor oplaadmomenten en met opgeheven hoofd maak ik van het ene mooie einde een ander mooi begin.

Helder meer

Enkele weken na de finish ben ik me steeds meer en meer bewust van de nieuwe IK. Bewust van mijn lichaam, mijn emoties, mijn gemoed, mijn omgeving…Wanneer ik de vraag krijg van de relaxatietherapeute hoe het het met mijn body en mind gaat is mijn antwoord dan ook heel snel gevormd.

Mijn body voelt in eerste instantie goed maar is minder immuun door de extreme prestatie waar het werd aan onderworpen. Ontstekingen, vermoeidheid, het ligt op de loer maar wordt snel opgemerkt en aangepakt. Mijn mind is daar de sterke factor in. Ik stel het me voor als een meer waar ik de zeemeermingedachten eindelijk kan laten doen want het water is helder. De zacht golvende ringen die worden gevormd zijn de wakkerhoudende activiteit in het rustige oppervlak. Ik weet dat de body gewoon wat tijd en zorg nodig heeft en zolang mijn mind zo helder is, sla ik niet in paniek.

Wanneer ik de auto instap blijft deze relaxerende sessie nazinderen in de vorm van een muzikaal dromerige klank. Het brengt me terug naar vorig weekend, een prachtig weekend. Stralende zon die de sluierwolken overtroefde op een dominerende blauwe lucht. Lekker eten met prachtige uitzichten gevolgd door zalige wandelingen in de oude straten, het rustige strand of de natuurrijke uitgestrekte landschappen. Drie historische plekjes in Bretagne die ons niet alleen deden genieten maar ook prachtige herinneringen meegaven. Het gevoel hebben dat je op water loopt werd er letterlijk gemaakt toen we een pad opgingen die door de zee traag werd blootgelegd. De verwondering van de mooie natuur toen we de mooiste schelpen op het strand zochten. De dromerige mijmeringen die we deelden bij het zien wegvliegen van een vogel die minuten lang dicht bij ons had gezeten. De meditatieve rust die de straatmuzikant ons bracht…

Diezelfde muzikant hoor ik terug in mijn auto nu. Zijn cd weerklinkt al sinds terugkomst. Het beeld van de gemaskerde man die op een soort vuurschalen licht kloppende bewegingen met zijn handen omtovert naar rustgevende klanken versterken het ontspannend meeslepend effect. Het is een donker, mysterieus figuur die heldere, duidelijke muziek maakt. Een tegenstrijdigheid die perfect past en een hele straat stil maakt. Terwijl ik het hoor, word alles in mijn hoofd op pauze gezet en waan ik mezelf op het grote, heldere meer, denkend aan niks anders dan de intense rust.

Het getijdenpad, de vrije vogel en de mysterieuze muzikant

De marathon: race tussen 173 en 173a

Anderhalf uur voor de start: de zenuwen bleven goed onder controle, tot nu. Als bubbels voel ik ze heen en weer gaan in mijn lichaam, van ingebeelde pijntjes tot een draaiende maag. Het enige zinnetje dat me helpt is “niet in mijn hoofd”. Ik zie die bubbels voor me en roep ze een halt toe wanneer ze mijn keel proberen te vullen. Ik duw ze naar beneden toe zodat ademen lukt en mijn hoofd fris en vrij blijft. Mijn lichaam is klaar, mijn hoofd ook…de visualisatie is mijn geheim wapen, het schrijven mijn uitlaatklep. Tijd om me klaar te maken voor de start.

Een kleine 24 uur na de finish: Ik haalde het, schreef in mijn hoofd ieder moment op maar na de finish was ik te moe om het effectief nog te doen. The day after zijn mijn voeten zichtbaar kapot gelopen, ik ben nog steeds fysiek heel moe, mijn lichaam voelt alsof ik het steeds weer tegen een muur heb aangegooid maar de pijntjes vervagen in het niks bij hoe sterk en wakker mijn gedachten zijn. De muur brak, ik niet…

De start: ik lijk kalm en concentreer me volledig op mijn bubbel, denk nog niet verder dan de startboog waar ik onder moet en wacht met mijn beste geduld. De brandende zon drukt maar ik schuif mee met de groep enthousiaste deelnemers tot mijn benen een automatische looppas vormen. De eerste kilometers gaan te goed, te snel, te warm en ik roep mezelf een eerste halt toe. Mijn tred vermindert maar mijn hartslag niet, mijn focus vermindert maar mijn angst niet.

De eerste helft: rond kilometer 8 merk ik ze op, ze heeft nummer 173a en zit me achterna. Ze aast op IK en haar negeren vraagt een energie die ik haar liever niet geef. Het gevecht is gestart, het wordt zwaar en tegen kilometer 18 zit ze me op de hielen, fluistert ze in mijn oor. En dan gebeurt iets vreemds, niet in mijn hoofd maar in de keiharde realiteit hoor ik een passant zeggen “da wilt een marathon lopen en da’s niet getraind”. Ik lach, want wie het ook was , zijn uitspraak uit onwetendheid verlegde mijn gedachten, mijn focus. Ik denk aan mijn man, mijn kindjes die aan de finish zullen staan. Aan mijn vriendinnen waar ik zoveel steun aan heb, mijn mama die de voor en nazorg in goeie banen bracht en zoveel meer maar vooral ik denk aan IK en prijs me gelukkig dat ik de kans heb om dit te doen. Mijn waarom speelt door mijn hoofd als een mooi herkenbaar lied, mijn eerste muur is over.

Aan 23km komt een fietser naast me rijden. De groene vlag, dat ik als allerlaatste zou eindigen had ik voorspelt en dat ik het niet erg zou vinden ook. 173a haalt me in en ik laat haar…

De 2de helft: de fietser vraagt of het lukt en zonder veel woorden helpt hij me door er gewoon te zijn. Er komen tegenliggende lopers die me stuk voor stuk een oppepper geven, onbekende supporters roepen me moed toe, de bevoorradingsposten geven me niet alleen drank maar ook een snelle peptalk. Samen met de fietser helpen ze me vooruit en eenmaal ik het bord van de 30km tegenkom, merk ik een kracht die van binnen komt. 173a hebben we niet gekruist maar IK weet dat ze er niet meer is. Ze was de laatste maanden een schim uit mijn verleden en nu is ze nergens meer te bespeuren.

Finish: maanden visualiseerde ik me dit moment. Nog 2 te gaan, ik haal het nu zeker. De gietende regen voelt zalig, ik geniet. De adrenaline giert door mijn lijf en onverstoord pomp ik alles wat ik in me heb tot mooi gevormde passen. Net voor de laatste 500m staat iemand me op te wachten van de organisatie. Hij spreekt me moed in, stelt me gerust dat mijn man en kids er staan, dat hij iedere loper over de finish wil helpen en hij loopt een stukje mee. De eindmeet komt dichter, de organisatie laat me gaan en ze geven me de finish waar ik van droomde terwijl mijn kindjes naast me komen gelopen. Tranen van geluk, van trots, van dankbaarheid mengen zich met de regendruppels op mijn wangen. Mijn kids, mijn man, mijn mama…ze vliegen rond mijn nek. Mijn vrienden en mijn metekindje volgen. Ze weten hoe ik me voel, waarom dit zo belangrijk is, ze weten dat dit me niet alleen fysiek maar vooral mentaal heeft veranderd. Het voelt als een bubbel vol liefde met, voor en door hen. IK deed het, voor mezelf, door mezelf maar ook dankzij hun.

The days after: Er valt een moeheid over me die ik niet ken, pure fysieke vermoeidheid. De stijve billen, de blaren op mijn voeten en de 2 vermiste teennagels bevestigen het bij iedere stap maar mijn hoofd is wakker zoals nooit tevoren, fris en helder en vooral bewust van het feit dat mijn lichaam rust vraagt. De euforie is snel gestabiliseerd, de ontstane kracht nog meer bevestigend. Nederig maar trots, meevoelend maar zelfbewust. De definitie van positief egoïsme is gevormd.

Wat voor mij begon als werken aan mijn fysiek herstel werd zoveel meer, het zet de de toon van de vernieuwde IK waar de laatste maanden zo hard werd aan gewerkt, het is de kers op de taart die eindelijk in balans lijkt te staan. Meer bewuster, meer rustiger, terug echter, niet ik en toch weer wel. 173a is me na de marathon niet meer achterna gekomen, haar sporen zijn dan wel terug te vinden in mijn verleden, in mijn heden is ze verdwenen en zonder te ver vooruit te kijken hoop ik ze in de toekomst niet meer te zien.

De mentale looproute

Vaak wordt gezegd dat je jezelf tegen komt als je traint voor een marathon. IK was dus benieuwd want het gevoel mezelf tegen te komen heb ik zo ongeveer een jaar geleden in een iets andere context ervaren. Vanuit de revalidatie die bij de andere context hoort, ontstonden de fysieke trainingen met tussentijdse doelen, die op zich al kleine “hallo” momentjes met mezelf meebrachten.

Maar het klopt ergens wel, de trainingen zijn lang en het doel lijkt eenvoudiger dan het is. In de maanden training die vooraf gaan kan en zal er vanalles gebeuren die al dan niet rechtstreeks een invloed hebben op je fysieke en/of mentale gezondheid. In mijn geval een opkomende blessure, die dankzij mijn topcoach al snel werd aangepakt, een valpartij, die dankzij een flinke dosis geluk geen effect had op de benen maar des te meer op het hoofd (letterlijk maar ook figuurlijk) maar ook de dagelijkse zaken zoals gezin, werk en sociaal leven zorgen ervoor dat het evenwicht houden op zich al een soms uitputtende uitdaging is en voor mij aanvoelde alsof het kiezen was tussen mezelf en mijn omgeving. De grens tussen zelfzorg met respect voor een ander (aka positief egoïsme) en de klassieke vorm van egoïsme (aka negatief egoïsme) is op zulke momenten heel erg dun en het al dan niet onterecht schuldgevoel loert om de hoek wachtend op zijn kans om je schouder te bespringen en al fluisterend zich door je oor vast te nestelen in je gedachten. Een eerste botsing die zo nu en dan terug komt op de mentale looproute.

Het is dan wel een hobby en een toptijd zal ik niet halen maar het is een overwinning op mezelf. Mijn doorzettingsvermogen dacht ik kwijt te zijn na mijn chrash maar door omstandigheden kon ik niks anders dan mijn doel vroeger te leggen dan ik aanvankelijk dacht en tot mijn eigen verwondering bleek mijn doorzetting er toch al terug te zijn. De risico’s waren groot want fysiek en mentaal kon de mogelijkse terugval alles teniet doen. Maar net dit bracht me bij een tweede botsing met mezelf op de mentale looproute. Het alternatief om mijn doel maanden vooruit te schuiven was er, het besef dat dat een extra balletje was die ik omhoog moest houden ook. De combinatie enkele weken volhouden of enkele maanden, beiden brachten risico’s dus ging ik ten rade bij niemand minder dan mezelf vooraleer ik een beslissing nam. Zelfbesef, zelfbewust, luisteren naar het lichaam…het voorbije jaar was dit waar ik even hard op trainde als op mijn fysiek herstel dus dit obstakel kon ik overwinnen, mijn mentale looproute kon ik verder zetten met een grote dankbaarheid naar de topcoach die mijn mening respecteerde ondanks zijn andere, maar net zo zeer correcte, mening.

Een tweetal weken geleden sloeg het om, loopmoe maar niet op fysiek vlak. Het was een derde keer dat ik botse op mezelf, meer bepaald op het meest ergerlijke kantje. Eentje die er al mijn hele leven is, eentje waarvan ik al heel lang weet dat ik het heb. Maar nu moest ik er een strijd mee aangaan…mijn ongeduld. 2 weken zijn lang voor het hoofd als je voelt dat het lichaam klaar is, dit in combinatie met de raad om de laatste weken voor de marathon het wat rustiger aan te doen qua aantal kilometers. Het zorgt voor tegenstrijdige sensaties in hoofd en lichaam, mentale vermoeidheid maar fysiek fit. Geen fun meer in the run maar mezelf een ferme peptalk geven. Mijn gedachten sturen maar mijn emoties niet negeren. Ook mijn omgeving merkt het aan me en al helemaal op de momenten dat ik wankel tussen verantwoord doorzetten of met oogkleppen voluit vooruit gaan. Het brengt hen wat schrik want dat laatste is wat ik vroeger net te veel deed. Al is het meer en meer duidelijk dat ik net daarin ben veranderd, wie me goed kent weet dat de confrontatie met mijn eigen ongeduld behoorlijk tricky is. Het maakt me een ambetant persoon, moeilijk om te buigen, moeilijk te volgen, het ene moment stil en dan weer uitgelaten en het vreet energie. Dat laatste is dus de reden waarom de strijd aangaan belangrijk is maar ook waarom ik bedachtzaam moet zijn met hoe ik mezelf aanpak. Me loskoppelen van het ongeduld, van wat energie vraagt. Het lijkt te lukken, al kan ik op vandaag nog geen woorden vinden om te omschrijven hoe. Terwijl ik dit schrijf, merk ik dat niet enkel de confrontatie maar ook de communicatie met mezelf hier een belangrijke rol speelt en bedenk ik me hoe weirdo dit moet klinken voor jullie 😉

Wanneer de laatste dagen ingaan, de laatste looptraining erop zit, lijk ik wat rustiger te worden. Hopend dat de rust niet al slapend in mijn hoofd verdwijnt, zet ik in op rustig genieten en met gezonde afleiding de focus behouden. Maar dus ook op praten met mezelf, om zonder energievretende gevechten het ongeduld te lijf te gaan en met goeie moed richting finish te lopen.

Iqra, read, lees…

Lange autoritten, zolang ik ze zelf niet moet rijden is er geen probleem. Dus was ik direct te vinden om kennis te gaan maken met Ish. Maar het toeval maakt soms een kronkeltje en dus stap ik op deze zonnige zaterdagmiddag in mijn auto om de lange rit achter het stuur door te brengen en me met een klein hartje te wagen in de gasuitlatende jungle.

Waarom? Omdat de tickets al besteld waren, omdat ik ondertussen al een klein beetje buiten de comfortzone durf gaan, omdat ik de nood naar een deugd omzet en gewoon geniet van de rit maar vooral omdat ik Ish wil zien. De dingen die ik hoor en lees over hem, de wijze woorden die ik van hem al meermaals op social media zag. Al meermaals knikte ik bevestigend naar een of ander scherm na zijn diepzinnige woorden, tijd om dit ook eens te doen naar de man zelf die een voorbeeld is van kwetsbaar sterk zijn.

De niet zo super akoestische weerklank van de menigte dringt mijn hoofd binnen, tijd om wat trucjes toe te passen die me staande houden in de overvloed aan prikkels en mijn op vandaag nog steeds te weinig voorraad geduld even aan te boren tot we binnen geraken. Maar vanaf de eerste noot die weerklinkt valt alles stil, het voorgestelde bootje en wat zich afspeelt raakt me door de soms harde realistische woorden die zo mooi geplaatst zijn dat je niet anders kan dan te kijken naar wat verteld wordt. Het is een gevoel die van begin tot einde staande blijft.

Van dans tot muziek, van verhaal tot interactie. Geen enkele emotie is taboe, de thema’s die hij aanhaalt zijn pijnlijk realistisch, de humor die hij er tussen gooit maakt het dan wel wat zachter, het is geen vluchtweg voor wat komt. Zo betrap ik mezelf op een kort beangstigend gevoel wanneer in een pikdonkere zaal, de herkenbare muziek en het gezang van de islam weerklinkt. Onterecht uiteraard maar het toont aan hoe extreem en hoe ongecontroleerd een emotie kan opkomen.

De wederzijdse extremen worden verder benadrukt in wat volgt. En de emoties worden steeds intenser. Maar net zoals aan het begin, stelt deze prachtige storyteller ook zichzelf in vraag. En dat maakt dit alles zo mooi, hij houdt niet alleen een spiegel voor maar laat ook zien dat hij niet te beroerd is om ook zelf te kijken in diezelfde spiegel. Om te vertellen dat ook hij op zoek ging naar zijn waarde, naar zijn identiteit. Iets wat ieder van ons zou moeten doen.

Wanneer hij aan het begin van de opvoering de vraag stelt of je ooit een moment bewust bent geweest dat je als persoon bent veranderd kan ik bevestigend knikken. 8 januari 2019, deze blog is eruit ontstaan. Mijn zoektocht naar wie ik (nog) was na een hevige tijd. Mijn inspiratie…doorheen de maanden kreeg ik er zoveel meer bij, het maakte mijn gezichtsveld zoveel ruimer maar toch nog heel voorzichtig. Ik voelde me nog te veel anders, nu weet ik dat dit IK gewoon IK ben. Dat iedereen gewoon iedereen is, dat jij gewoon jij bent en dat dat eigenlijk veel eenvoudiger is dan wat we er van maken. Niet wat een ander verwacht wat we zijn en de ander niet te laten zijn wat wij verwachten. Oftewel “why don’t you be you and i’ll be me”

En ookal had ik dit reeds ontdekt, het doet me goed om te zien dat ook in een andere thematiek, een ander verhaal er een rode draad loopt van vertragen, luisteren naar elkaar, wederzijds respect. Wanneer hij de betekenis van Iqra verwoord, komt het zo mogelijks nog harder aan. Lezen, elkaar lezen…kan het nog? Het is een vraag op een wijsheid die me vast en zeker zal bijblijven.

Op de terugrit naar Brugge vat ik in mijn hoofd de avond al samen, bij thuiskomst kan ik niet wachten met schrijven. Dat IK heel emotioneel ben van nature is niet nieuw (het maakt me anders en daar ben ik nu trots op) en dus had ik me voorbereid op een zwaar beladen avond. Niks is minder waar, ondanks de zware thema’s heerst er geen zwaarmoedig gevoel. Nice to meet you, Ish! Ik ben IK.